Zaden

3bcfa96Zaden zijn van niemand. Dat er multinationals zijn die zaden patenteren is volslagen immoreel. Op Voedsel Anders 2014 wees Vandana Shiva naar mijn koffertje en zei: “Als iemand met zijn koffertje een gebouw binnenloopt en zou claimen dat het gebouw van hem is omdat zijn koffertje erin staat, zou niemand dat serieus nemen. Toch hoeven multinationals maar een kleine verandering aan een plant door te voeren om de hele plant te kunnen patenteren. Dat is volkomen absurd”. Of zoiets.

Zaden zijn kleine wondertjes. Ze bevatten al het genetische materiaal dat nodig is om een hele plant of boom uit te laten groeien. Elk zaadje is uniek, en daarmee is elke plant ook uniek. Die genetische diversiteit geeft veerkracht: als een insect heeft uitgevogeld hoe hij een plant op kan eten, moet hij bij de volgende plant weer overnieuw gaan puzzelen. In een veld met genetisch identieke planten kan zo’n insect zich makkelijk vermenigvuldigen en grote schade aanrichten. Dit geldt ook plantenziekte zoals phytophthora. Monoculturen zijn onnatuurlijk: de natuur zal er alles aan doen om ze te vernietigen. Als de planten genetisch identiek zijn is dat een makkie, tenzij de boer er pesticiden overheen spuit. Dan moeten er eerst resistenties optreden. Dat gebeurt altijd.

We kunnen niet tegen de natuur strijden, want we maken er zelf onderdeel van uit”

We kunnen niet tegen de natuur strijden, want we maken er zelf onderdeel van uit. Strijden tegen de natuur is strijden tegen onszelf. Die strijd willen we dus niet winnen. Gelukkig zijn er steeds meer organisaties actief in de strijd tegen de multinationals die onze zaden van ons afpakken, genetisch verpesten en toe-eigenen. Tegelijkertijd gaan mensen zelf zaden bewaren en ruilen. Een meenderij is een levende zadenbank, waar iedereen gebruik van mag maken. Want als het klimaat verandert, dan moeten de planten meeveranderen. Dat lukt niet als ze in een kluis op de noordpool zitten, daarvoor is natuurlijke selectie nodig.

Menselijke selectie heeft ons niet veel goeds gebracht: rassen die geselecteerd zijn op smaak en gelijkvormigheid, maar niet op resistentie tegen ziekten of op voedingsstoffengehaltes. De ‘vergeten’ groentes bevatten vaak veel meer voedingsstoffen en smaak en zijn dan ook minder doorgefokt. Dat is een goede basis om weer nieuwe rassen op te baseren. Er is een ongelofelijke hoeveelheid planten die eetbaar zijn: volgens de FAO tussen de 250.000 en 350.000 eetbare soorten, waarvan er maar 150 tot 200 gebruikt worden door mensen. Volgens PFAF zijn er meer dan 20.000 eetbare soorten, wat ook heel veel is. Heel veel ongebruikte potentie.