Kunstmest

Er is een groeiende groep mensen die zich (terecht) grote zorgen maakt over het pesticidegebruik in de landbouw. Over kunstmest hoor je echter maar weinig, terwijl dat toch ook echt een groot probleem is.

De drie hoofdbestanddelen van kunstmest zijn stikstof (N), fosfaat (P) en kalium (K), kortweg NPK. Stikstof wordt gebonden door bliksem na te bootsen: bij temperaturen van meer dan duizend graden wordt luchtstikstof (N2) gebonden in plantopneembare vorm. Klinkt onschadelijk, maar er zijn ook bacteriën die dit kunnen en die stoppen met werken als er voldoende plantopneembare stikstof aanwezig is. Uiteindelijk verdwijnen ze zelfs uit de bodem. Voor het werk dat bacteriën gratis en voor niets kunnen doen verstoken we ongeveer vijf procent van onze aardgasvoorraden. Wereldwijd is de hoeveelheid reactieve stikstof (alle stikstofvormen op luchtstikstof na) verdubbeld, wat voor de natuur een groot probleem is. Zeker in de oppervlaktewateren en oceanen waar het eutrofiëring veroorzaakt. Daarbovenop verdwijnt koolstof versnelt uit de akkerbodems. Stikstof is een enorm probleem geworden waar we niet zomaar vanaf zijn.

Voor het werk dat bacteriën gratis en voor niets kunnen doen verstoken we ongeveer vijf procent van onze aardgasvoorraden”

Fosfaat is ook een probleem. Niet alleen is het een vervuilende industrie, de mijnen waar het fosfaatgesteente uit wordt gehaald hebben mogelijk twintig jaar geleden al gepiekt. Het wordt niet alleen steeds moeilijker en duurder om het gesteente te winnen, de exporterende landen (op dit moment met name Marokko) kunnen een exportstop afkondigen. Onze landbouw werkt niet zonder de toevoeging van fosfaat, dus dat hebben we een probleem. Oh wacht, dat hebben we al.

Kalium lijkt nog geen probleem te zijn wat betreft de aanvoer: er worden nog steeds nieuwe mijnen geopend. Maar het gebruik ervan heeft wel zijn keerzijde. Een teveel aan kalium in de bodem kan andere essentiële voedingsstoffen, zoals magnesium, verdrukken waardoor er een tekort aan ontstaat in de plant. Dat levert planten op die wel snel groeien, maar niet evenwichtig zijn. Daardoor worden ze aantrekkelijk voor plagen, waardoor de boer weer naar pesticiden gaat grijpen. Die pesticiden tasten de weerstand van de plant verder aan, dus komt de boer in een neerwaartse spiraal terecht waar hij niet meer zo makkelijk uitkomt.

Bij het gebruik van kunstmest kunnen er chemische reacties ontstaan met een pH van 1,1. Dat is zo extreem zuur dat dat dodelijk is voor het bodemleven. Daarnaast ervaren micro-organismen osmotische shock door de zouten in de kunstmest: het water wordt door de celwand heen naar buiten getrokken, met de dood tot gevolg.

Hoe je het ook wendt of keert: uiteindelijk eindig je met woestijn. En dan willen de industriëlen ons doen geloven dat het de enige manier is om de wereld te voeden. Tijdelijk ja. Heel tijdelijk. Willen we dat echt? Een tijdelijke voedselvoorziening?