Concurrentie

racing-against-competition1We leven in een tijdperk waarin concurrentie wordt gezien als iets goeds. Iets wat je in de natuur ook ziet en waar je beter of sneller of slimmer van wordt. Niets is echter minder waar: in de natuur is meer samenwerking dan menigeen denkt. Neem nou bijvoorbeeld een bos. Dat wordt meestal gezien als een verzameling losse bomen die concurreren om zonlicht. Begrijpelijk, want zo hebben we het op school geleerd. Maar dit inzicht is hopeloos achterhaald.

In een bos staan geen losse bomen, maar complexe gemeenschappen van individuele exemplaren die samenwerken door middel van schimmeldraden. Ze zijn in staat om koolstof, water en voedingsstoffen met andere bomen (ook van andere soorten!) te delen en zenden signaalstoffen heen en weer door een netwerk van schimmeldraden dat het Wood Wide Web wordt genoemd. Via dat netwerk werken bomen samen en delen ze informatie met elkaar, net als wij ons internet gebruiken. Een zware bomenrooimachine die door het bos rijdt vernietigt deze onzichtbare netwerken, wat de veerkracht van het bos en de bomen erin geen goed doet.

We zijn gebouwd om samen te werken”

Het aanmoedigen van concurrentie levert oververmoeide, doorgedraaide mensen op om precies dezelfde redenen. We zijn gebouwd om samen te werken. Niet voor niets slikken 1,4 miljoen mensen in Nederland antidepressiva: we zijn als een vis uit het water. Om de vergelijking maar even door te trekken: in het bos zie je ook slachtoffers van concurrentie. Dat zijn die boompjes die veel te lang zijn in verhouding tot dikte en van ellende helemaal krombuigen. Het zijn net mensen.