Categoriearchief: Sociaal

Relaties

relationshipsEen samenleving is een complex netwerk van relaties. Sommige relaties zijn diep, sommige zijn oppervlakkig. Je hebt zelfs relaties met mensen die je niet kent, omdat wat je doet en zegt vérstrekkende gevolgen kan hebben. Zowel positief als negatief. Vooral de diepe relaties zijn voor ons welzijn van belang, maar dat wil niet zeggen dat de oppervlakkige onbelangrijk zijn. Deze worden echter geschaad door de tussenkomst van geld.

Onvoorwaardelijk geven en krijgen is de sleutel tot het opbouwen van diepe relaties”

Stel je voor dat je getrouwd bent en jij en je partner voor alles wat jullie in het huishouden doen geld zouden vragen. Je zou op die manier kunnen garanderen dat jullie allebei evenveel doen om het huishouden soepel te laten verlopen (anders heb je op een gegeven moment niet meer genoeg geld om te eten). Maar krijg je ook een diepe relatie? Je koopt in feite elke transactie af met geld. Terwijl onvoorwaardelijk geven en krijgen de sleutel is tot het opbouwen van diepe relaties.

In een monetaire economie plak je op alles een prijs(je). Zelfs op je tijd. Ergens wel logisch, want je tijd is je kostbaarste bezit. Maar daarmee ook je mooiste geschenk.

Op de meenderij gaat het allemaal om diepe relaties. Zelfs als je iemand eigenlijk niet mag, kun je zo iemand toch beter leren begrijpen door tijd met elkaar door te brengen. Dit doe je met familie ook: die kies je niet uit, maar je probeert tot een verstandhouding te komen. Soms lukt dat, soms lukt dat niet. Maar hoe het ook loopt: je leert er elke keer weer heel veel van. Leren is een belangrijk deel van zingeving. We leven om te leren!

Druk

38917954_m-e1436494155706We hebben het allemaal druk, druk, druk. Maar wat bereiken we nu eigenlijk? We lijken vooral achteruit te hollen. Wie heeft er nog tijd om echt te leven? Niet alleen in het weekend en op vakantie, maar altijd? Want zou het leven niet gewoon mooi moeten zijn? Met ups en downs, maar wel altijd de moeite waard? Steeds meer mensen krijgen een burn-out of een bore-out. Dat komt werkelijk niemand ten goede.

We hebben allemaal rust nodig. Niet zozeer fysiek (daar krijgen we eerder te veel van), maar vooral psychisch. Maar we hebben ook inspanning nodig. Het gaat om balans. We zoeken allemaal naar zingeving, maar zolang we bezig zijn met achter de feiten aan te hollen en er nooit de tijd voor kunnen nemen om na te denken over wat we werkelijk willen met ons leven, gaat dat nooit lukken.

Druk zijn is een ziekte. Geen ongeneselijke ziekte, tenzij je er niets aan doet. Je kunt wel denken dat het volgende maand rustiger zal zijn, maar dat is het nooit. Op de meenderij is hard werk geen uitzondering, maar de fysieke arbeid is goed voor je geestelijk welzijn: drie kwartier zitten levert al stress op. Je lichaam is er gewoon niet op gebouwd. Maar na de arbeid moet er ruimte zijn om te rusten. Voor de een is dat vroeg naar bed, voor de ander is dat een goed gesprek tot in de vroege uurtjes. Maar voor iedereen geldt: de boog kan niet altijd gespannen zijn.

Tijdens een boswandeling continu je Facebook checken is niet gezond”

Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid ervoor de te zorgen dat niemand het ‘te druk’ heeft. We kunnen werk uit handen nemen, maar we kunnen ook laten zien dat sommige dingen gewoon niet hoeven te gebeuren. Een van de grootste oorzaken van druk zijn is onze overdreven bereikbaarheid. Tijdens een boswandeling continu je Facebook checken is niet gezond. Je moet de verbinding met je omgeving voelen en in het nu leven. Dat is in deze maatschappij niet makkelijk, maar zonder technologie is dat eigenlijk een eitje. Vandaar dat er op een meenderij een minimum aan technologie is.

Voeding

1414102370-tips-entrepreneurs-healthy-roadJe kent de verhalen wel. In 2050 zijn er negen miljard mensen en om die allemaal te voeden moeten we de voedselproductie verdubbelen. Als de industriële landbouw geen pesticiden meer mag gebruiken, loopt de productie met 30% terug en komt er dus een hongersnood. En nog meer van dat soort drogredenen. Maar de discussie rammelt aan alle kanten.

  • Als het gaat om recordopbrengsten per hectare, dan zijn die in handen van kleinschalige biologische boeren. De opbrengst hoeft dus niet terug te lopen.
  • Industriële landbouw produceert maar 30% van het voedsel dat door mensen geconsumeerd wordt. Hun focus ligt op veevoeder, biobrandstoffen en andere handelswaar – amper voeding. De schade die erdoor wordt aangericht is dan ook buiten alle proporties.
  • Om mensen te voeden (en niet alleen te vullen) heb je meer nodig dan calorieën. De discussie zou niet moeten gaan over hoeveel ton je van een hectare kunt halen, maar hoeveel gezondheid.
  • Bij industriële landbouw stopt de boer tien calorieën (fossiele) energie in elke calorie die er hij eruit haalt”

    In de discussie zou je ook naar de input moeten kijken: bij industriële landbouw stopt de boer tien calorieën (fossiele) energie in elke calorie die er hij eruit haalt. Dat is onmogelijk vol te houden. Bovendien is het zeer wel mogelijk voedsel te produceren waarbij je tien calorieën terugkrijgt voor elke calorie die je erin stopt. Of nog veel meer.
  • Wereldwijd wordt ongeveer driekwart van de landbouwgrond direct of indirect gebruikt voor de vee-industrie. Minder vlees eten geeft dus meer ruimte aan de productie van voedsel voor onszelf waardoor een (tijdelijke) terugval in de opbrengst geen probleem is.
  • Momenteel wordt er voor ongeveer twaalf miljard mensen voedsel geproduceerd, maar rond de veertig procent ervan wordt weggegooid. Toch lijden bijna een miljard mensen honger. Nog meer mensen lijden aan obesitas.
  • Misschien is het beter negen miljard mensen in 2015 te zien als een waarschuwing, niet als een voldongen feit. Er zijn erg veel obstakels op de weg naar dat aantal.

Het is prima mogelijk om voldoende voedsel te produceren zonder het gebruik van kunstmest en pesticiden. Sterker nog: de opbrengst neemt jaar na jaar toe in plaats van af (zeker in verhouding tot de input), dus feitelijk is het de enige manier om de bevolking blijvend te voeden. Echt te voeden, niet alleen te vullen.

Technologie

181rzskxifcohjpgTechnologie heeft ons veel gebracht. Het is redelijk verbijsterend om te zien wat er tegenwoordig mogelijk is. Maar de technologie staat niet meer in dienst van de mens. Wij staan in toenemende mate in dienst van de technologie. Hoe ver willen we onze afhankelijkheid laten gaan? Willen we werkelijk onze hersencapaciteiten uitbesteden aan Google? Willen we werkelijk alleen nog maar iets kunnen vinden met een navigatiesysteem? Willen we werkelijk alleen nog maar contact hebben met elkaar via Facebook?

Willen we werkelijk onze hersencapaciteiten uitbesteden aan Google?”

Nee, eigenlijk niet. Maar wij mensen kiezen snel de makkelijke weg. En we vinden het moeilijk om ‘terug’ te gaan. We willen vooruit. Maar is het werkelijk terug?

Maar als je even je technologie naast je neerlegt en je verbaast over de pracht van de natuur, mensen knuffelt, de wolken over je heen ziet schuiven, of de bloemen in de tuin ruikt, dan kom je terug naar de essentie van het leven. Echt leven en een afhankelijkheid van technologie gaat niet samen.

Ook technologie kan verbazen en je het gevoel geven dat je echt leeft. Maar het mag niet je leven gaan beheersen. Want de computerindustrie en het internet zijn enorm vervuilend. Het internet verbruikt meer energie dan al het vliegverkeer tezamen. Een zoekopdracht kost evenveel stroom als een spaarlamp een uur laten branden. Er gaan enorme hoeveelheden energie en grondstoffen zitten in onze gadgets. En strikt genomen kunnen we prima zonder.

In een meenderij is moderne technologie niet aanwezig. Een meenderij mag niet afhankelijk zijn van complexe technologie en de mensen die er leven ook niet. Het geeft de ruimte aan zelf nadenken en echte innovatie. Die is hard nodig, zeker op het gebied van landbouw. En nee, dat is niet een stap terug. Het is een sprong voorwaarts.

Concurrentie

racing-against-competition1We leven in een tijdperk waarin concurrentie wordt gezien als iets goeds. Iets wat je in de natuur ook ziet en waar je beter of sneller of slimmer van wordt. Niets is echter minder waar: in de natuur is meer samenwerking dan menigeen denkt. Neem nou bijvoorbeeld een bos. Dat wordt meestal gezien als een verzameling losse bomen die concurreren om zonlicht. Begrijpelijk, want zo hebben we het op school geleerd. Maar dit inzicht is hopeloos achterhaald.

In een bos staan geen losse bomen, maar complexe gemeenschappen van individuele exemplaren die samenwerken door middel van schimmeldraden. Ze zijn in staat om koolstof, water en voedingsstoffen met andere bomen (ook van andere soorten!) te delen en zenden signaalstoffen heen en weer door een netwerk van schimmeldraden dat het Wood Wide Web wordt genoemd. Via dat netwerk werken bomen samen en delen ze informatie met elkaar, net als wij ons internet gebruiken. Een zware bomenrooimachine die door het bos rijdt vernietigt deze onzichtbare netwerken, wat de veerkracht van het bos en de bomen erin geen goed doet.

We zijn gebouwd om samen te werken”

Het aanmoedigen van concurrentie levert oververmoeide, doorgedraaide mensen op om precies dezelfde redenen. We zijn gebouwd om samen te werken. Niet voor niets slikken 1,4 miljoen mensen in Nederland antidepressiva: we zijn als een vis uit het water. Om de vergelijking maar even door te trekken: in het bos zie je ook slachtoffers van concurrentie. Dat zijn die boompjes die veel te lang zijn in verhouding tot dikte en van ellende helemaal krombuigen. Het zijn net mensen.

Verbinding

shutterstock_149301761-2Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het hebben van vrienden je optimistischer en gelukkiger maakt en dat je langer leeft als je veel vrienden hebt (ja, er wordt veel nutteloos wetenschappelijk onderzoek gedaan). Elke relatie is gebaseerd op onvoorwaardelijk geven en ontvangen. Wij zijn geneigd om, buiten familie en vrienden om, elke goede daad meteen af te kopen. Dat zit in onze cultuur. Bij de aboriginals hadden ze geen woord voor ‘dankjewel’, want geven was het enige dat ze kenden. Wij westerlingen, ontwikkeld dat we zijn, willen meteen weer van een potentiële vriendschap af: voor wat hoort wat.

Elke relatie is gebaseerd op onvoorwaardelijk geven en ontvangen”

Maar eigenlijk is dat niet de manier waarop wij mensen in elkaar zitten: wij zijn in essentie altruïstisch. Daarom leef ik volgens een iets ander adagium: voor wat hoort niks. Ik doe gewoon wat ik leuk of belangrijk vind, of allebei, en verwacht geen tegenprestatie in wat voor vorm dan ook (nou ja, een knuffel is nooit weg). Als je iets voor iemand anders doet en je verwacht er niets voor terug, blijft de relatie open. Zo ontstaan er complexe netwerken van relaties: sommige tijdelijk, sommige permanent. Elk met zijn eigen toegevoegde waarde.

Van het doen waar je passie voor hebt krijg je energie, en die energie neemt dus toe naar mate er meer mensen geven. En uiteindelijk komt het groter bij je terug dan je ooit had kunnen dromen. Niet in de vorm van een nieuwe auto, maar als bewoonbare planeet, of als diersoort die niet is uitgestorven, of als vriendschap. En die kunnen waardevoller zijn dan de duurste auto.