Categoriearchief: Sociaal

Tijd

Dat tijd relatief is weten we al tijden. Al lang voordat Einstein in 1905 zijn speciale relativiteitstheorie publiceerde merkten we dat onze tijdsbeleving verandert naarmate we ouder worden. Maar ongeacht je leeftijd duurt een week op vakantie langer dan thuis. Nieuwe ervaringen halen ons uit de automatische piloot: we zijn veel alerter, veel verbaasder, veel meer onder de indruk, we genieten meer. We leven in het nu. Mindfulness heet dat tegenwoordig. In het nu leven verandert je tijdsbeleving.

De reden dat we niet mindful zijn, is dat we continu bang worden gemaakt voor de toekomst. Daarin zijn veel mensen nogal fatalistisch: ze denken dat ze er zelf niets aan kunnen veranderen. En inderdaad: we kunnen de toekomst niet veranderen zolang we niet bereid zijn om zelf te veranderen. Veranderen is moeilijk, pijnlijk zelfs, maar het resultaat kan bevrijdend zijn.

We zijn geïndoctrineerd met het idee dat tijd geld is”

Het is een misvatting dat we geld nodig hebben om te leven. We hebben de Aarde als levend ecosysteem nodig om te leven. We hebben gemeenschapszin nodig. Maar geld is slechts een illusie die ons gevangen houdt. We werken om geld te verdienen, zodat we leuke dingen kunnen doen. Maar waarom zouden we niet gewoon leuke dingen gaan doen? Slechts 1 op de 5 werknemers haalt voldoening uit zijn werk. Ze werken dan dus puur voor het geld.

Tijd is ook een illusie. We zijn geïndoctrineerd met het idee dat tijd geld is. Maar dan zou je jouw leven in Euro’s uit kunnen drukken en dat betekent dat jouw leven minder waard wordt als de euro minder waard wordt. Je weet dat dat natuurlijk onzin is, maar tegelijkertijd zie je het overal gebeuren. We accepteren slavernij en loonslavernij als onontkoombare feiten. Zodra je je tijd niet meer als geld ziet, neem je veel meer tijd voor de dingen die je belangrijk vindt.

Onze tijd is van onszelf en we kunnen die besteden aan die dingen die we belangrijk vinden en waar we energie van krijgen; aan onze passie dus. Als we ervoor zorgen dat we elke dag nieuwe ervaringen opdoen en dagelijks onze comfort zone groter maken – door onszelf ertoe te zetten om erbuiten te treden – dan verandert onze perceptie van tijd. In jaren uitgedrukt zullen we langer leven omdat we minder stress hebben: stress is een indicator dat je dingen doet die je eigenlijk niet wilt doen. En bovendien zal je leven langer lijken omdat je tijdsbeleving verandert. En omdat je leven ook leuker wordt, vind je dat niet erg.

Beginnen

Het opzetten van een groot project, een meenderij bijvoorbeeld, is geen sinecure. Je doet zoiets niet op een verloren maandagmiddag, het vergt veel denkwerk. Wat je veel zult horen bij een groot project is: je moet vooral beginnen.

Maar wat is beginnen? De een zal misschien het bedenken van het idee al beginnen vinden, terwijl de ander pas over beginnen spreekt als er gebouwd of geplant gaat worden. Zolang het idee in je hoofd zit, kun je niet echt van beginnen spreken. Maar zodra het idee de wereld ingestuurd is, analoog of digitaal, is er wel een begin gemaakt.

Maar zodra het idee de wereld ingestuurd is, analoog of digitaal, is er wel een begin gemaakt”

Sommige mensen zijn aanpakkers: ze beginnen gewoon en zien wel wanneer ze tegen problemen oplopen. Die lossen ze gaandeweg wel op. Anderen zijn denkers: ze zien problemen die anderen niet zien en soms ook oplossingen die anderen niet zien. De aanpakkers zullen tegen de denkers zeggen dat ze gewoon moeten beginnen, de denkers zien geen reden tot overhaaste beslissingen.

Wie er gelijk heeft? Daar gaat het helemaal niet om: beide type mensen zijn waardevol. Het gaat erom dat ze samenwerken en elkaar niet veroordelen op de manier waarop hun hersenen werken. Ze kunnen heel veel van elkaar leren, mits ze van elkaar accepteren dat ze anders in elkaar zitten en daar geen waardeoordeel over vellen. Want ook neurodiversiteit is van groot belang voor een veerkrachtige samenleving.

Betrokkenheid

shutterstock_7919236Wanneer voel je je ergens bij betrokken? Iemand kan jou ergens bij betrekken, maar voel je je dan ook direct betrokken? Betrokkenheid is een diep gevoel van verbinding. Je wilt dan graag je aandacht, tijd en energie aan iets of iemand schenken. Daarvoor is het nodig dat je je open stelt en dat je je kwetsbaarheid toont.

Echte betrokkenheid vergt volledige inzet. Verbind je je aan een project, dan verbind je je ook aan de mensen die bezig zijn met dit project. Je raakt niet alleen betrokken bij het project zelf (de taak), maar ook bij de mensen. En de andere mensen raken betrokken bij jou. Daarom is het noodzakelijk dat je open staat voor die anderen, voor hun ideeën, gedachten en dromen ten aanzien van het project, maar ook voor die personen zelf. En ook dat je zelf laat zien wie jij bent, niet alleen wat jij weet, kunt of zegt.

Betrokkenheid is een diep gevoel van verbinding”

In de meeste werksituaties laten mensen niet hun hele wezen zien. Zij laten slechts een stukje van zichzelf zien, bijvoorbeeld alleen hun managerskant en niet dat zij daarnaast ook nog echtgenoot, vader of misschien wel moestuinier zijn. Betrokkenheid is niet iets passiefs, maar iets actiefs. Je zoekt uit wat er nodig is om je voor honderd procent aan iets te verbinden, je stelt je open en laat jezelf zien zoals je bent, als mens.

Systeemdenken

rubiks_kubusProf. dr. ir. Imke de Boer, Hoogleraar Dierlijke Productiesystemen aan de Wageningen UR, legt mooi uit waarom systeemdenken nodig is (vrije vertaling):

“Systeemdenken is het proces van begrijpen hoe verschillende componenten van een systeem elkaar beïnvloeden en hoe een systeem zelf wordt beïnvloed door de context waarin het zich bevindt.”

Systeemdenken is het proces van begrijpen hoe verschillende componenten van een systeem elkaar beïnvloeden en hoe een systeem zelf wordt beïnvloed door de context waar het zich bevindt.”

“Het doel van Rubiks kubus is om de kleuren die door elkaar zitten weer allemaal op hun eigen zijde te krijgen. De uitdaging van de puzzel zit ‘m erin dat de delen met elkaar verbonden zijn, waardoor je de zijden niet een voor een kunt oplossen. Als je aan een deel draait, draaien andere delen ook mee. Om de puzzel op te lossen, moet je je dus bewust zijn van de veranderingen die het verdraaien van een deel met zich meebrengt.”

“Vergelijkbare moeilijkheden duiken ook op in onze zoektocht naar duurzame voedselproductiesystemen. We kunnen niet een onderdeel ervan veranderen zonder dat andere delen meeveranderen.”

“Daarom hebben we systeemdenken nodig.”

Kennis

KennisHet is tegenwoordig erg makkelijk om bepaalde dingen niet te onthouden: als je het vergeten bent, dan zoek je het gewoon even op. Misschien lijkt dat op het eerste oog geen probleem, maar kennis is meer dan losstaande feitjes; het is de synthese van de kennis en ervaring die in de loop van de decennia opdoet. Je moet alles internaliseren en verbanden zien. Je hebt die parate kennis nodig om te kunnen systeemdenken.

Experts hebben een hele grote beperking: ze weten heel veel van iets, maar bijna niets van alle anderen dingen”

Als het om complexe zaken gaat, zoals klimaatverandering, dan heeft het niet veel zin ‘het even op te zoeken’. Je zult er een flinke studie aan moeten wijden. Zo zijn er natuurlijk een heleboel vakgebieden waarvan je wellicht geneigd bent het aan de ‘experts’ over te laten. Maar experts hebben een hele grote beperking: ze weten heel veel van iets, maar bijna niets van alle anderen dingen. Waarom zouden er toch toch zoveel doden vallen in ziekenhuizen? Juist, omdat de specialisten geen benul hebben van de andere vakgebieden.

Zaden van voedselgewassen kun je opslaan in een doomsday vault, maar als het klimaat of de ecologische verbanden veranderen, moeten de zaden zich aanpassen. Daar heb je een levende zadenbank voor nodig. Diversiteit is nodig om die aanpassingen mogelijk te maken. Zo is onze kennis ook niet statisch: er is, gelukkig, zoiets als voortschrijdend inzicht. Als persoon, maar ook als collectief, maken we een ontwikkeling door. En hoe meer mensen parate kennis en ervaring hebben, en hoe meer die gedeeld wordt, hoe sneller ons begrip van complexe zaken zich kan ontwikkelen. En dat is hard nodig: alles is in crisis.

Loslaten

loslatenDit is het tijdperk van loslaten. Loslaten van schijnzekerheden, consumptie, de media, vastgeroeste overtuigingen, bezittingen, geld, werk, technologie, olie (en dus ook transport over grote afstanden, plastic, pesticiden en farmaceutica), wegwerpartikelen, noem maar op – alles waar we (direct of indirect) ziek van worden en dood van gaan.

De schijnzekerheid die geld geeft is misschien wel het moeilijkst los te laten”

Loslaten is heel bevrijdend, maar doodeng. Je moet steeds weer door een rouwproces. Dat is niet makkelijk, maar het is absolute noodzaak onder ogen te zien dat ons zelfdestructieve gedrag niets anders is dan een verslaving – en dat die verslaving te wijten is aan de vernietiging van gemeenschapsgevoel door het kapitalisme. Zodra we weer gemeenschapsgevoel hebben, zal onze neiging tot consumeren wegvallen. Maar de schijnzekerheid die geld geeft is misschien wel het moeilijkst los te laten. Het is net bungeejumpen: de stap over de rand nemen is voor veel mensen ondenkbaar. Je moet echter het vertrouwen hebben dat het elastiek je val zal remmen, zodat je niet te pletter valt. Het elastiek is in het echte leven de verbinding met je omgeving. Die kun je opbouwen voordat je echt geld los kunt laten.

Het is een tijd van loslaten, maar tegelijkertijd is het ook een tijd om vast te houden: vriendschappen, vertrouwen, liefde, verbondenheid, diversiteit, kennis, hoop en alle andere eerste levensbehoeften – kortom, alles wat ons in leven houdt en gezonder maakt.

Het is een zware, lange weg, maar vergeet niet: gemak doodt de mens.

Werk

evaluation_work“Wat ben je?” is een veelgestelde vraag. Of: “Wat wil je later worden?”, die aan kinderen gericht wordt. Waarmee bedoeld wordt wat voor werk je doet of wilt gaan doen. Kennelijk ben je niet een persoon, maar ben je je werk. En als je geen werk hebt, dan ben je dus niemand. In plaats van vragen wat iemand is, moeten we vragen wat iemand doet om klimaatverandering tegen te gaan. Of om soorten te behoeden voor uitsterven. Of om de bodem te beschermen. Of om de verbinding tussen mensen te vergroten. Dat soort dingen doen er namelijk toe.

Veel werk is op het moment volkomen nutteloos. Het is meer bezigheidstherapie; de zingeving is ver te zoeken. Ontslagen worden is dan een mooie kans om op zoek te gaan naar zingeving, maar waar je die zult vinden is onzeker (hopelijk op een meenderij). En anders toch met een regeneratieve activiteit, waarbij je verbinding ervaart met de natuurlijke omgeving en andere mensen.

Op een meenderij is geen werk in de klassieke zin des woords

Bijna iedereen kan werken. Maar het is ook van belang dat je diep werk kunt doen. Daarvoor is het nodig dat je langere periode niet gestoord kan worden en dat je jezelf ertoe zet niet afgeleid te worden. Dat valt in deze tijd niet mee. Er zijn overal dingen die om je aandacht schreeuwen. Het is dus de kunst om die factoren uit te schakelen, maar tegelijkertijd te werken aan je focus. Voeding is daarbij erg belangrijk. En het uitschakelen van technologie. En nog veel meer.

De mens is de enig diersoort die moet werken om te mogen leven. Op een meenderij is geen werk in de klassieke zin des woords. De eerste levensbehoeften zijn vervuld, want daar zorgen we gezamenlijk voor. Dat geeft iedereen de ruimte om na te denken over wat ze echt willen doen. Datgene waarvan je op je sterfbed spijt van zou hebben als je het niet gedaan had. Want alleen als je doet waar je hart ligt, vind je zingeving. En meestal is dat niet maar één ding; mensen zijn heel veelzijdig.

We zijn niet ons werk, we zijn onszelf.

Zonnestorm

ZonnestormAls een krachtige geomagnetische zonnestorm zou toeslaan, zou onze elektronische communicatie mogelijk gedurende meerdere jaren niet meer werken. Lichamelijk hebben we er geen last van, maar onze technologie wel. Een belangrijke reden om er voor onze eerste levensbehoeften niet afhankelijk te zijn. De laatste enorme zonnestorm was in 1859 en staat bekend als The Carrington Event. De telegraafsystemen over heel Europa en de VS vielen uit – sommige telegrafisten kregen zelfs een elektrische schok. Maar toen waren we nog niet afhankelijk van telecommunicatiesatelieten, GPS, het internet, telefoons voor van alles en nog wat. Er werd niet eens gevlogen. Als een grote zonnestorm toeslaat zijn al die technieken onbruikbaar. Vaste schijven van computers kunnen zelfs gewist worden. Dat kan een groot probleem zijn voor onze voedsel- en watervoorziening. 

De laatste enorme zonnestorm was in 1859 en staat bekend als The Carrington Event”

In 2012 was er een vergelijkbare zonnestorm, maar die was niet op de Aarde gericht waardoor we er niets van hebben gemerkt. Maar volgens Pete Riley van Predictive Science Inc. is de kans dat we in de komende tien jaar te maken zullen krijgen met een extreme zonnestorm maar liefst twaalf procent. Dat is niet niet gering.

Daarnaast is het schaarser worden van fossiele brandstoffen een goede reden om niet afhankelijk te zijn van hoogtechnologische snufjes voor onze voedselvoorziening. En klimaatverandering is ook een goede reden: we moeten veel minder energie in onze voedselproductie stoppen en een veel diverser systeem krijgen om veerkrachtig te zijn.

Kunstmest

Er is een groeiende groep mensen die zich (terecht) grote zorgen maakt over het pesticidegebruik in de landbouw. Over kunstmest hoor je echter maar weinig, terwijl dat toch ook echt een groot probleem is.

De drie hoofdbestanddelen van kunstmest zijn stikstof (N), fosfaat (P) en kalium (K), kortweg NPK. Stikstof wordt gebonden door bliksem na te bootsen: bij temperaturen van meer dan duizend graden wordt luchtstikstof (N2) gebonden in plantopneembare vorm. Klinkt onschadelijk, maar er zijn ook bacteriën die dit kunnen en die stoppen met werken als er voldoende plantopneembare stikstof aanwezig is. Uiteindelijk verdwijnen ze zelfs uit de bodem. Voor het werk dat bacteriën gratis en voor niets kunnen doen verstoken we ongeveer vijf procent van onze aardgasvoorraden. Wereldwijd is de hoeveelheid reactieve stikstof (alle stikstofvormen op luchtstikstof na) verdubbeld, wat voor de natuur een groot probleem is. Zeker in de oppervlaktewateren en oceanen waar het eutrofiëring veroorzaakt. Daarbovenop verdwijnt koolstof versnelt uit de akkerbodems. Stikstof is een enorm probleem geworden waar we niet zomaar vanaf zijn.

Voor het werk dat bacteriën gratis en voor niets kunnen doen verstoken we ongeveer vijf procent van onze aardgasvoorraden”

Fosfaat is ook een probleem. Niet alleen is het een vervuilende industrie, de mijnen waar het fosfaatgesteente uit wordt gehaald hebben mogelijk twintig jaar geleden al gepiekt. Het wordt niet alleen steeds moeilijker en duurder om het gesteente te winnen, de exporterende landen (op dit moment met name Marokko) kunnen een exportstop afkondigen. Onze landbouw werkt niet zonder de toevoeging van fosfaat, dus dat hebben we een probleem. Oh wacht, dat hebben we al.

Kalium lijkt nog geen probleem te zijn wat betreft de aanvoer: er worden nog steeds nieuwe mijnen geopend. Maar het gebruik ervan heeft wel zijn keerzijde. Een teveel aan kalium in de bodem kan andere essentiële voedingsstoffen, zoals magnesium, verdrukken waardoor er een tekort aan ontstaat in de plant. Dat levert planten op die wel snel groeien, maar niet evenwichtig zijn. Daardoor worden ze aantrekkelijk voor plagen, waardoor de boer weer naar pesticiden gaat grijpen. Die pesticiden tasten de weerstand van de plant verder aan, dus komt de boer in een neerwaartse spiraal terecht waar hij niet meer zo makkelijk uitkomt.

Bij het gebruik van kunstmest kunnen er chemische reacties ontstaan met een pH van 1,1. Dat is zo extreem zuur dat dat dodelijk is voor het bodemleven. Daarnaast ervaren micro-organismen osmotische shock door de zouten in de kunstmest: het water wordt door de celwand heen naar buiten getrokken, met de dood tot gevolg.

Hoe je het ook wendt of keert: uiteindelijk eindig je met woestijn. En dan willen de industriëlen ons doen geloven dat het de enige manier is om de wereld te voeden. Tijdelijk ja. Heel tijdelijk. Willen we dat echt? Een tijdelijke voedselvoorziening?

Plastic

albatrosjong

Albatrosjong

Plastic is overal. Maar het breekt niet af: het zwerft nog duizenden jaren over dit kleine planeetje. En het verstikt het leven op Aarde.

Plastic is echt overal. Ook in dingen waarin je het misschien niet verwacht. Je vindt bijvoorbeeld microplastics in toiletartikelen zoals scrubs en tandpasta. Die zijn daar niet per ongeluk terechtgekomen, die zijn daar ingestopt door de industrie. En nu duiken die microplastics wereldwijd op in aquatische ecosystemen, zoals de oceanen, waar ze in de voedselketen terechtkomen. Ook zijn veel kledingstukken tegenwoordig van kunstvezels gemaakt. Bij elke wasbeurt komen er weer miljoenen vezels in het oppervlaktewater terecht. Een grote bron van microplastics zijn autobanden: per jaar komt er zo’n 270 miljoen ton in het water terecht (en nog eens zo’n 80 miljoen ton van de verf van de wegmarkeringen).

We hebben in de afgelopen tien jaar meer plastic geproduceerd dan in de hele vorige eeuw”

We hebben in de afgelopen tien jaar meer plastic geproduceerd dan in de hele vorige eeuw. De helft van het plastic wordt na eenmalig gebruik weggegooid. Een deel wordt ingezameld, maar slechts 28% van het ingezamelde plastic wordt gedowncycled, recyclen is namelijk niet mogeljik. Je krijgt hoe dan ook een minderwaardig product. En het plastic zal in een later stadium alsnog in het milieu terechtkomen. En als het verbrand wordt komt er CO2 in de atmosfeer, want plastic wordt gemaakt van olie.

In harde transparante plastics zit meestal BPA (Bisfenol A), een hormoonverstoorder. BPA-vrije producten zijn helaas niet veiliger (want daar kan weer BPS in zitten). BPA is gelinkt aan veel ziektes, zoals borst-, hersen- en prostaatkanker, diabetes en obesitas. BPA zit ook op de meeste kassabonnen van thermisch papier en in de meeste blikjes. In babyflesjes is het inmiddels op Europees niveau verboden, maar veel te laat natuurlijk. Zo gaat dat met alle gifstoffen waar we mee omringd worden. We zijn een chemisch experiment.

Plastic is nog veel erger dan we hier kunnen en willen beschrijven. Als iedere Nederlander eenmalig een uurtje afval zou rapen, zou het al het zwerfafval in Nederland opgeruimd zijn. Maar er zullen nog honderden, zo niet duizenden, jaren later stukken plastic opduiken. Ook als we nu geen afval meer laten slingeren. Het is een epidemie. Als we fossielvrij willen worden, zullen we onze relatie met plastic moeten beëindigen. Onze kinderen zullen ons dankbaar zijn.