Categoriearchief: Ecologie

Grond

Stel je voor dat deze appel de planeet Aarde is (in het echt: 12.000 km in doorsnee). Rond, mooi, en vol goede dingen. Water (oceanen, meren, rivieren en beken) bedekt ongeveer 75% van de oppervlakte.

Verwijder dus driekwart van de appel en leg deze terzijde.

 

 

 

Wat overblijft (25%) is dus droog land.

50% van het land is woestijn, poolgebied of bergachtig waar het te heet, te koud of te hooggelegen is om productief te zijn.

Snijd de kwart dus door de helft en leg deze terzijde.

 

 

 

Als je dit gedaan hebt, blijft er dus nog 12,5% van de appel over.

Van die 12,5% is 40% ernstig beperkt door het terrein, vruchtbaarheid of bovenmatige regenval. Het is te rotsachtig, steil, ondiep, arm of te nat om voedselproductie toe te staan.

Snijd 40% weg.

 


Nu heb je nog maar 10% over, bij benadering (de wetenschappelijke gemeenschap heeft moeite met het vinden van een exact getal).

Haal de schil van het schijfje af.

 

 

 

 

De overgebleven 10% (±) is de hoeveelheid bodem waarvan wij afhankelijk zijn in de wereld voor onze voedselproductie. Het moet ook nog voorzien in alle andere behoeften..

Laat dit even tot je doordringen. We moeten heel zuinig zijn op dat flinterdunne schilletje.

Bron: NASA

Successie

Successie is de opvolging van plantgemeenschappen in beschadigde ecosystemen. Er gebeuren wel eens natuurrampen: bosbranden, tornado’s, vulkaanuitbarstingen, aardbevingen, zeebevingen (tsunami’s), aardverschuivingen, een akker die geploegd wordt… dat soort dingen. Zo lang dat niet op al te grote schaal gebeurt is dat niet zo erg, maar wij veroorzaken aan de lopende band enorme natuurrampen. Nederland wordt elk jaar voor een groot deel weer teruggebracht in de pioniersfase.

De natuurlijke successie wordt altijd weergegeven als een opeenvolging van plantgemeenschappen, en dat is het ook wel, maar de planten groeien daar omdat de bodem zich ontwikkelt van extreem bacteriedominant naar extreem schimmeldominant.

Primaire successie begint met kale rotsen of iets dergelijks waar niets kan groeien, behalve korstmossen: een symbiose tussen algen of cyanobacteriën en een schimmel. Die koloniseren de rots en zorgen samen voor voedsel: de algen leggen koolstof en stikstof vast en de schimmels lossen met zuren en enzymen de gesteenten op, zodat de voedingsstoffen die daarin zitten vrijkomen. Biologische, chemische en fysische verwering levert minerale bodemdeeltjes op en fotosynthese organisch materiaal. Ook mossen kunnen zich heel snel vestigen.

Dan komen de pioniersplanten, wat wij onkruid noemen. Secundaire successie begint bij een kale, verstoorde bodem. De pioniersplanten bedekken deze zo snel mogelijk en produceren snel veel biomassa (en heel veel zaden), die de energie bevat om het bodemleven te laten floreren. Allerlei dieren zorgen ervoor dat er bacteriën en zaden in de bodem terechtkomen. Zo neemt de diversiteit snel toe.

Als er voldoende schimmels in de bodem zitten, nemen de meerjarige planten en grassen het over. En in ons klimaat worden deze weer opgevolgd door zonminnende struiken en pioniersbomen (bomen met kleine zaadjes die grote afstanden kunnen afleggen, zoals de berk, wilg en els). In de bomen zitten zo nu en dan vogels die besjes hebben gegeten van schaduwminnende struiken. Als ze wegvliegen, poepen ze de zaadjes weer uit (die meteen gestratificeerd zijn, waardoor ze kunnen ontkiemen).

Successie is de opvolging van plantgemeenschappen in beschadigde ecosystemen

De ecologische functie van een berk en andere pioniersbomen is dood neervallen. De bomen en struiken worden opgegeten door schimmels die daarbij ook de bodem binnendringen, waardoor de bodem nog schimmeldominanter wordt dan hij al was. De climaxbomen (soorten met grote zaden, zoals eik, beuk en kastanje) staan al een tijdje klaar tussen de pioniers, waar ze op hun beurt wachten om te domineren.

En zodra de climaxbomen na een paar honderd – of paar duizend – jaar ook dood neervallen, wordt de bodem weer verstoord en raken de schimmels beschadigd. De (secundaire) successie begint dan weer deels opnieuw, en de pioniersplanten nemen het weer even over.

Veel mensen strijden hun hele leven tegen onkruid omdat ze de bodem in de pioniersfase houden door te spitten en het onkruid uit te trekken. Juist door de bodem met rust te laten komt een bodem in een staat waar onkruiden niet van houden. Zo zijn we al tienduizend jaar voor niks aan het ploeteren.

Ploegen

Gardens: soilIn Nederland wordt nog veel geploegd. In andere landen steeds minder. Ploegen wordt om verschillende redenen gedaan:

  • om zuurstof in de bodem te brengen (maar hierdoor oxideert de koolstof in de bodem sneller en vernietig je structuur juist);
  • om onkruid onder te werken (maar omdat de bodem verstoord wordt, moet dat onkruid weer terugkomen);
  • om de schimmels te vernietigen zodat de bodem weer in de pioniersfase komt, want eenjarigen voelen zich het beste thuis in een verstoorde, kale bodem (net als onkruiden; en omdat de nuttige schimmels vernietigd zijn, krijgen de schadelijke de overhand);
  • soms wordt er extreem diep geploegd om nog de laatste restjes organische stof omhoog te halen: tot wel 180 centimeter diep (organisch materiaal wordt door planten geproduceerd, dus bij goed bodembeheer verdwijnt het organische stof niet).

Op de meenderij wordt niet geploegd. En wel hierom. In een theelepeltje grond kunnen meer dan een miljard bacteriën leven. Sommige leven aan de oppervlakte en hebben zuurstof nodig (ze zijn aeroob). Andere leven dieper of binnenin bodemkruimels en kunnen geen zuurstof verdragen (ze zijn anaeroob). Als je kerend ploegt, breng je de aerobe organismen naar een plek waar geen zuurstof is (en dus een groot deel doodgaat) en de anaerobe organismen naar een plek waar wel zuurstof is (en dus een groot deel doodgaat). Er zijn ook nog facultatief (an)aerobe en aerotolerante organismen, die kunnen meer verdragen.

In een theelepeltje grond kunnen meer dan een miljard bacteriën leven”

Datzelfde theelepeltje bevat ook tot wel 100.000 protozoa, ruim 4 kilometer schimmeldraden, tot 500 nuttige nematoden, soms meer dan 100.000 microgeleedpotigen, en nog veel meer klein grut. In totaal meer organismen dan er mensen op Aarde zijn. Samen met de grotere bewoners van een gezonde bodem – regenwormen, mollen, muizen, spitsmuizen, kevers, spinnen, slakken, mieren, engerlingen en andere larven, zandbijen, graafwespen en ga maar door – vormen zij een complex bodemvoedselweb. Samen immobiliseren ze voedingsstoffen en mineraliseren ze die weer (zodat planten ze kunnen opnemen), binden ze stikstof, maken ze fosfaat vrij, verbeteren ze de structuur van de bodem, transporteren ze schimmelsporen, verbeteren ze de infiltratie en de drainage, beschermen ze planten tegen gifstoffen en ziekteverwekkers, produceren ze antibiotica, enzymen en vitaminen … De lijst is gigantisch. Als je ploegt maak je hun werk onmogelijk, maak ze dood of moeten ze weer overnieuw beginnen.

Het is natuurlijk waanzin om te denken dat je al dat werk kunt vervangen door kunstmest te strooien.

Bestuivers

bijenhotel24961391524300Er is een hoop te doen om de honingbij. Als je bedenkt dat ruim een derde van ons voedsel afhankelijk is van bestuiving, dan snap je dat. Maar het gaat niet alleen slecht met de honingbij, het gaat slecht met alle bestuivers. Er zijn honderden verschillende wilde bijen (hommels horen daar ook bij) en zweefvliegen die ook bestuiven.

Het uitsterven van de honingbij is vooral een economische ramp. Ecologisch zou er niet zo veel aan de hand zijn, als het niet zo slecht zou gaan met alle andere insecten. De bijencrisis wordt voor een groot deel veroorzaakt door neonicotinoïden, maar de bijenhouders zelf zijn ook niet allemaal goed bezig. Er zijn tegenwoordig mensen die bijen houden om ze te beschermen, dat is heel goed. Ze vormen echter een minderheid. Bij de meeste bijenhouders mogen de bijen niet op hun eigen honing overwinteren, in plaats daarvan overwinteren ze op suikerwater. Bovendien bestrijden ze de varroamijt, waardoor de bijen hun poetsgedrag niet verbeteren. De Indische bij leeft al duizenden jaren in samen met de varroamijt en poetst de mijt regelmatig weg. Hopelijk zullen de bijen die in een relatief natuurlijke situatie leven ook hun poetsgedrag aanpassen.

We maken dan wel bijenhotels (of Bee&Bee’s) waar metselbijen eitjes in kunnen leggen, maar er zijn ook zandbijen die een kale zandbodem nodig hebben om een nestje te bouwen”

Al die andere bestuivers hebben weer heel andere niches dan de honingbij. We maken dan wel bijenhotels (of Bee&Bee’s) waar metselbijen eitjes in kunnen leggen, maar er zijn ook zandbijen die een kale zandbodem nodig hebben om een nestje te bouwen. Het is dus heel erg belangrijk om een gevarieerd landschap te hebben waarin alle soorten hun niche kunnen vullen (want er zijn er natuurlijk nog veel meer), maar het is net zo belangrijk dat ze het hele jaar door wat te eten hebben en dat hun eten niet vervuild is met neonicotinoïden. Onvervuilde bloemen en bloesems zouden alom aanwezig moeten zijn.

Omdat honingbijen grote afstanden af kunnen leggen, heb je een groot oppervlak nodig waar geen pesticiden worden gebruikt om biologische honing te produceren: ongeveer vijf vierkante kilometer. In Nederland is het momenteel alleen op de waddeneilanden mogelijk om biologische honing te winnen. Dat zegt wel wat over de rest van Nederland.

Oceanen

_87918364_75923d52-d531-4b9e-affa-59cb5305e100Regenwouden worden wel de longen van de Aarde genoemd. Beetje vreemd, want longen nemen zuurstof op en stoten CO2 uit, terwijl regenwouden CO2 opnemen en zuurstof uitstoten. Maar goed: regenwouden zijn cruciaal, maar de oceanen niet minder. Misschien wel tachtig procent van alle zuurstof wordt door oceanen geproduceerd, en niet door de bossen. Ook bevatten ze, net als de regenwouden, een enorme biodiversiteit. Ze worden helaas van alle kanten bedreigd.

Verzuring is een hele grote bedreiging. Van de door mensen uitgestoten CO2 is bijna de helft door de oceanen opgenomen. Dat zorgt indirect voor verzuring: de oceanen zijn bijna 30% zuurder geworden. Hierdoor wordt het voor schaaldieren, koraal en sommige soorten plankton in toenemende mate moeilijker om kalkskeletten en schelpen te maken. Dit is een bedreiging van de gehele voedselketen.

De oceanen hebben sinds de jaren zeventig meer dan 93% van de wereldwijde opwarming opgenomen. Hadden de atmosfeer dat gedaan, dan was de temperatuur op Aarde met maar liefst 36 graden gestegen zijn. Doordat de oceanen echter opwarmen, verbleken de kraamkamers van de oceanen: het koraalrif. Dat komt doordat de algachtige protozoa (die kunnen fotosythetiseren) verdreven worden. Pas als ze weer terug zijn, kan het koraal weer groeien. Daarvoor moet het water echter afkoelen, en het ziet er niet naar uit dat dat nog gaat gebeuren.

“Misschien wel tachtig procent van alle zuurstof wordt door oceanen geproduceerd, en niet door de bossen”

Eutrofiëring is een ander probleem. Als voedingsstoffen, zoals stikstof en fosfaat, in de oceanen terechtkomen, zullen de algen zich zeer sterk gaan vermenigvuldigen. Als zij in groten getale sterven, zakken ze naar de bodem waar ze worden ontbonden door bacteriën die daartoe zuurstof onttrekken aan het water. Uiteindelijk is er geen zuurstof meer en ontstaan er dode zones waar niets meer leven; hooguit kwallen.

Overbevissing wordt gesubsidieerd met ons belastinggeld. Onvoorstelbaar grote vissersvloten schrapen onze zeeën leeg en krijgen daar vet voor betaald. Zelf betalen ze geen belasting over hun supersmerige stookolie. En de gigantische bijvangst wordt overboord gekieperd. De kwikgehaltes in vis zijn intussen zo hoog, dat ze de normen maar hebben bijgesteld, anders zou niemand het meer mogen kopen.

Walvissen worden, alle verdragen van dien, nog steeds op grote schaal afgeslacht. Zij zijn de wormen van de oceanen; onvoorstelbaar belangrijk omdat ze grote stukken oceaan vruchtbaar houden. De walvissen zorgen er namelijk voor dat er voldoende krill is; die voeden ze met hun walvispoep. Ook voor klimaatverandering is het is van reusachtig belang dat we walvissen weer in hun oorspronkelijke aantallen laten terugkeren, want als een walvis op natuurlijke wijze sterft, zakt hij naar de bodem van de oceaan waardoor alle koolstof die hij bevat voor tienduizenden jaren uit de atmosfeer is.

Als we niets doen, zijn de oceanen in 2048 leeg en kunnen we alleen nog maar plastic in de oceanen vangen. Het meest verstandige is om nu gedurende een kwart eeuw niets te vangen (alle wateren een reservaat maken en dus ook geen herrie meer te maken onder water), te stoppen met de vleesindustrie en ons bezig te houden met het terugdringen van CO2. Mogelijk is het ecosysteem dan weer enigszins hersteld. Had ik al gezegd dat de oceanen tot wel tachtig procent van onze zuurstof produceren?

Angst

angstAngst is belangrijk voor ons. Het helpt ons weg te rennen voor dingen die gevaarlijk zijn. Afleiding is derhalve een machtig wapen: als je mensen maar lang genoeg afleidt met allerhande onbenulligheden en halve waarheden (en zo nu en dan een blatante leugen ertussendoor), dan kun je ze bang laten zijn voor de verkeerde dingen. Dingen die er feitelijk helemaal niet toe doen.

Het is bijvoorbeeld heel makkelijk om door middel van eenzijdige verslaglegging mensen te doen geloven dat de economie heel belangrijk is. Mensen zullen door zogenaamde experts uitgelegd krijgen dat de economie moet groeien en dat de gevolgen voor de bevolking catastrofaal zullen zijn als die groei achterblijft. Mensen zouden bijvoorbeeld hun huur of hypotheek niet meer kunnen betalen waardoor ze hun huis kwijt kunnen raken.

We pakken klimaatverandering niet aan omdat we banger zijn voor de bank dan voor de natuur”

Het risico dat je bijna afbetaalde huis wordt weggevaagd door een tornado, een modderstroom of een blikseminslag wordt met de dag groter. Het bizarre is: juist omdat we bang zijn, laten we de kansen op natuurrampen toenemen. We pakken klimaatverandering niet aan omdat we banger zijn voor de bank dan voor de natuur.

Angst is dus inderdaad een slechte raadgever. We moeten observeren waar de echte problemen liggen en daar oplossingen bij zoeken. Zonder in paniek te raken, maar ook zonder kostbare tijd te verliezen. We zullen fouten maken, maar dat geeft niet – als we er maar van leren. Maar helaas is dat niet het sterkste punt van de meeste mensen: we vervallen maar al te makkelijk in onze oude patronen. Logisch, verandering is eng. Maar de broodnodige verandering vindt plaats buiten ieders comfort zone. We zullen allemaal onze grenzen moeten verleggen. We zullen allemaal angsten moeten overwinnen. En dat gaat samen makkelijker dan in je eentje.

Uitsterven

594px-Dodo-Skeleton_Natural_History_Museum_London_EnglandDe mensheid heeft heel veel geleerd van de miljoenen jaren evolutie die diersoorten door hebben gemaakt. Biomimetica (of biomimicry) is kijken naar de geniale oplossingen die de natuur in 3,8 miljard jaar evolutie heeft verzonnen. Zo hebben we bijvoorbeeld vogels bestudeerd om zelf te leren vliegen. Het is dan ook op zijn zachtst gezegd ironisch dat we nu ganzen vergassen als ze het vliegverkeer in de weg zitten.

Mensen zijn op dit moment de drijvende kracht achter de grootse uitstervingsgolf die de planeet ooit gekend heeft. Er wordt geschat dat in de 65 jaar durende periode 1980-2045 evenveel soorten zullen uitsterven als in de afgelopen 65 miljoen jaar (sinds het uitsterven van de dino’s dus). Elke dag verdwijnen er weer honderd tot tweehonderd soorten. Voor altijd van de Aardbodem weggevaagd. Elke dag minder soorten om van te leren. Elke dag minder soorten om stabiele ecosystemen te vormen. Elke dag minder soorten om van te genieten. Geldelijk gewin is in veel gevallen het motief. Miljoenen jaren evolutie en dan uitsterven om zoiets fictiefs als geld. Het zal je maar gebeuren als soort.

Er wordt geschat dat in de periode 1980-2045 evenveel soorten zullen uitsterven als in de afgelopen 65 miljoen jaar”

Het is ook een beetje wrang dat we zoveel moeite doen om de mammoet terug te krijgen door middel van genetische modificatie en tegelijkertijd de olifant laten uitsterven. Mogelijk is dit prachtige grootste landdier over tien jaar uitgestorven. Kun je het je voorstellen? En dat er dan misschien gentechmammoeten voor in de plaats lopen? Rare jongens, die mensen.

We moeten onmiddellijk stoppen met deze waanzin. Voor veel soorten is het al te laat, voor sommige anderen, zoals de mens, is het misschien nog op tijd. Gunnen we het onze kleinkinderen om een tijgers en olifanten te zien? Of vinden we geld toch belangrijker? Over een paar jaar weten we het.

Darmflora

imgDoor de reclames zijn we heel erg bang gemaakt voor bacteriën, maar we kunnen helemaal niet overleven zonder ze. Hoeveel bacteriën we bij ons dragen is per persoon verschillend, maar je kunt ervan uitgaan dat je meer bacteriële dan menselijke cellen hebt. Meer dan tien biljoen dus. Ook de diversiteit loopt sterk uiteen: sommige mensen hebben een heel diverse darmflora, of microbioom, bij anderen is hij een stuk minder divers. Dat komt door een aantal factoren: onze overdreven hygiëne, onze westerse leefstijl, het gebruik van antibiotica, en ons voedingspatroon.

Een basishygiëne is natuurlijk prima. Maar het gebruik van antibacteriële zeep heeft alleen financiële voordelen voor de producent, geen gezondheidsvoordelen voor de gebruiker. De werkzame stof, Triclosan, is begint pas na anderhalf uur te werken. Zo lang laat niemand het natuurlijk inwerken. Maar het breekt slecht af, dus het komt in onze oppervlaktewateren terecht waar het nog vele jaren schadelijk is: het levert onder andere resistente bacteriën op.

Het is niet voor niets dat kinderen de neiging hebben grond in hun mond te stoppen”

De meeste westerse mensen denken werkelijk dat de natuur iets is waar zij los van staan. Het gebrek aan contact met een levende bodem is daardoor een ander probleem: juist daarin leven veel bacteriën en archaea die ook in onze darmflora voor zouden moeten komen. Het is niet voor niets dat kinderen de neiging hebben grond in hun mond te stoppen. Wij zeggen dan dat dat bah is, maar kennelijk is geofagie (het eten van grond) een instinct dat wij nog niet hebben verloren. Sommige natuurvolkeren bakken zelfs zandgebakjes.

De kans is aanwezig dat jij jouw leven hebt te danken aan antibiotica. Het probleem zit ‘m er ook niet in dat ze niet werken, maar dat er altijd resistente strengen optreden. MRSA (de beruchte ziekenhuisbacterie) was al drie maanden na het eerste gebruik van penicilline ontstaan. Het gevaar dat er ziektes uitbreken die niet meer behandeld kunnen worden is dan ook zeer reëel, zelfs op korte termijn. De chemiereuzen zijn al een tijdje naarstig op zoek naar antibiotica die nog wel werken, maar ook dat zal tijdelijk zijn. Het is een strijd die wij niet kunnen en willen winnen. Als we winnen, hebben we namelijk verloren.

En met onze voeding is alles mis. Onze voeding bevat niet meer de benodigde voedingsstoffen (gemiddeld zijn de voedingsstoffen gehaltes met 75% gedaald ten opzichte van 1940). Onze voeding is amper meer probiotisch: er zitten bijna geen bacteriën meer in. Het eten van gefermenteerd voedsel helpt enorm om de weerstand te verbeteren (en lang goed te houden zonder koelkast). Zuurkool uit de winkel is meestal op zuur gezet, maar niet gefermenteerd. Gelukkig kunnen we het zelf maken. Ook is ons eten steeds minder prebiotisch: het bevat te weinig voedingsvezels (voor microben toegankelijke koolhydraten) die tot voeding dienen voor de microben in je darmen. Gelukkig is ook dat makkelijk op te lossen: gewoon veel groenten eten.

Het onderzoek is nog maar net begonnen, maar heel veel ziekten zijn terug te voeren op de darmflora – aan daarmee op onze voeding.

Woestijn

DSCF3484Toen mensen begonnen met landbouw, was ongeveer 11% van het landoppervlak woestijn. Nu is dat 32%. Het slechte nieuws is: de helft van de door mensen veroorzaakte woestijn is in de laatste honderd jaar ontstaan, de andere helft in de circa 10.000 jaar ervoor. Elke minuut ontstaat er weer ongeveer 23 hectare woestijn. Dat is een landoppervlak ter grootte van Italië per jaar.

Veel mensen denken dat woestijn het ontbreken van water is. Woestijn is echter het ontbreken van planten en bomen. Zodra je de planten en bomen terugbrengt, komt ook het water terug. Want planten en bomen staan aan de basis van alles wat nodig is om leven te ondersteunen: ze leggen koolstof vast door middel van fotosynthese, ze produceren zuurstof en ze verdampen water, waardoor er wolken ontstaan – en er dus weer regen gaat vallen.

Wij mensen kunnen regeneratief zijn, in plaats van destructief. Wij kunnen de woestijnen weer groen maken. Wij kunnen bomen planten en ecosystemen herstellen, sneller dan de natuur dat in haar eentje kan. Dat werk vervaagt alle grenzen, generaties, ‘rassen’, klassen of wat voor hokjes we ook verzonnen hebben. Iedereen kan bijdragen: ontwerpen, aanplanten, zaden bewaren, voedsel verzamelen, conserveren, kennis overdragen… werkloosheid bestaat niet, alleen werkeloosheid.

Veel mensen denken dat woestijn het ontbreken van water is. Woestijn is echter het ontbreken van planten en bomen”

Leer zelf de basis en breng dit over op je kind(eren). Ga de basisscholen langs. Leer kinderen zelf na te denken. Laat ze in opstand komen tegen de slavernij en de indoctrinatie op school. Het huidige onderwijs leidt kinderen nog steeds op voor een toekomst die niet bestaat.

Er moet een regeneratieve generatie komen, die de menskracht heeft deze zware klus te klaren. Dat betekent dat er goed voedsel moet komen en dat de oudere generatie er alles aan moet doen om de jongeren te faciliteren. Kinderen zullen hun toekomst met onze hulp veilig moeten stellen. Alleen door samen te werken – en niet door te concurreren – kunnen wij gezamenlijk het tij keren.

Meent

Een meent is een onverdeelde gemeenschappelijke weide. In het Engels worden meenten commons genoemd. De een zal dan meteen aan Creative Commons denken, een ander denkt misschien aan The Tragedy of the Commons – de tragedie van de meent.

Deze tragedie komt hier op neer: als een meent begraasd wordt door dieren die het eigendom zijn van verschillende boeren, dan is het in het voordeel van een boer om zijn kudde langer te laten grazen en de kudde groter de laten worden dan die van de andere boeren. Hierdoor blijft er minder gras over voor de dieren van de concurrentie. Op de lange termijn schiet niemand er wat mee op.

Deze tragedie speelt zich nu inderdaad op grote schaal af met commons die worden vernietigd, vervuild of toegeëigend door een paar grote marktpartijen: onze atmosfeer, onze bodems, ons zoetwater, onze koraalriffen, onze oceanen, ons klimaat – alles raken we kwijt. En ook hier schiet niemand er op de lange termijn wat mee op.

Geld zorgt ervoor dat mensen zich meer met de korte dan de lange termijn gaan bezighouden”

Waarom er geen tragedie van de meenderij komt? Geld zorgt ervoor dat mensen zich meer met de korte dan de lange termijn gaan bezighouden. Het geldloze aspect van de meenderij zorgt ervoor dat het in niemands voordeel is om iets (of iemand) uit te putten. De winst zit namelijk in andere zaken, zoals een leefbaar klimaat, oceanen vol leven, drinkbaar water, levende bodems en – de basis van ons levensgeluk – echte diepe relaties.

Zal het dan allemaal makkelijk zijn? Nee. Maar de conflicten zullen op een menselijk, oplosbaar niveau zijn. Nu zijn de problemen zo groot dat de meeste mensen ze niet willen zien en ze dus maar uit de weg gaan. Maar ook daar schieten we op de lange termijn niets mee op.